Voorbeelden van artikelen
Dynamisch Perspectief, december 2012; Dienstbaar aan onze idealen
Dynamisch Perspectief, juni 2011; 'Kuilen graven is normaal geworden'
Dynamisch Perspectief, april 2011; 'De BD-landbouw van nu is slechts een begin'
Happinez, februari 2008; Farmer John: ‘Ik ben hier om de aarde te verzorgen’
Zens, oktober 2007; Leven op licht
Aquarius Alliance Nieuwsbrief, mei 2007; ‘Humus is de ziel van de bouwvoor’
Ekoland, mei 2007; Pieter de Vogel schakelt zijn glastuinbouwbedrijf om
Zens, vaste rubriek Met hart en handen, mei 2007; Venster naar de hemel
GezondNU, april 2007; Biologisch
GezondNU, maart 2007; Eten onze kinderen teveel gif?
Happinez, februari 2007; Het gezondste dieet: brood, hoop en liefde
GezondNU, februari 2007; De klank van voedsel
Seizoener, zomer 2006; Minder last van allergie dankzij antroposofische leefstijl
GezondNU, november 2006; Nieuwe kijk op voedingskwaliteit; Energieke sla
GezondNU, juli/aug 2006; Ze zijn boerin én ...
Jonas, vaste rubriek Met hart en handen, november slachtmaand 2005; De weg naar eigenheid
Seizoener, november 2005; Hoe krijg je kinderen enthousiast voor goed eten?
Gezondheid, juni 2005; 'n Zomerzoetheid
Biovisie (Vlaams blad voor biologische landbouw), december 2003; Op zoek naar innerlijke kwaliteit
Bioforum
(website van de Belgische koepelorganisatie voor biologische landbouw), 3 november
2003; Verliest de biologische landbouw haar glans?
Oogst, 12 september 2003; Boerderij brengt crimineel op rechte pad
Perspectief (Opinieblad voor de jeugdbescherming), september 2003; 'Ik
zou het liefst de hele club op dieet zetten'- Gedragsstoornissen kunnen
verdwijnen door voeding aan te passen
Perspectief (Opinieblad voor de jeugdbescherming),
juli 2003; Op zoek naar de mogelijkheden van jeugdzorg op boerderijen
|
Terug
|
| |
|
Licht in voeding maakt ons letterlijk ge-ZON-d
Leven op licht
Alles wat leeft straalt een heel zwak licht uit. Jijzelf, maar ook de appel die je eet. Wat betekent dit levens-licht voor onze gezondheid? Voeden we ons met licht?
Voor het volledige artikel, zie Zens oktober 2007 |
terug naar boven
|
| |
|
‘Humus is de ziel van de bouwvoor’
Jaap Bakker (84) en Adri Misset (71) zagen in hun lange leven de landbouw moderniseren: hoe meer bestrijdingsmiddelen, hoe meer ziektes er verschenen. Hoe meer herbiciden, hoe hardnekkiger de onkruiden die overbleven. Met hart en ziel blijven ze zich inzetten om de landbouw, en dus de bodem, gezonder te maken.
‘Het gaat mij en veel boeren allereerst om de aarde, de bodem. Als je die goed verzorgt, zal het voedsel ook gezond zijn’. Dit citaat uit het boek van Willy Schilthuis (75 jaar BD-landbouw in Nederland) geeft voor Jaap Bakker en Adri Misset de kern weer: “Dat is precies wat ook ons beweegt om ons hele leven bezig te zijn met gezonde landbouw en met compostering. Dat is het vruchtbaar maken en houden van de grond. De basis van al het leven is onze bouwvoor, de eerste 20 cm van de bodem. De bouwvoor is de levende huid van Moeder Aarde. Als we die niet goed verzorgen, gaat het fout. Als een bodem uit zijn evenwicht is, kan die met goede compost weer in evenwicht worden gebracht. En daarmee wordt de kwaliteit van onze voeding alleen maar beter.”
Bronsweg
In 1947 begon tuinderszoon Jaap Bakker met compost maken. Hij werkte toen hij op de Volkshogeschool in Bergen. Via Ehrenfried Pfeiffer, die een leerling was van Steiner, leerde hij veel over composteren en het maken van preparaten. Zes jaar later trad hij in dienst van het Ministerie van LNV, waar hij 32 jaar als voorlichter bij de Plantenziektekundige dienst heeft gewerkt. Hij maakte de opkomst van de chemische ziekte- en onkruidbestrijding mee en zag hoe het aantal ziektes zich minstens even snel uitbreidde als het aantal chemische middelen: “Vroeger had je zes virussen in de tulpen, nu zijn het er meer dan 80.”
De opleiding die hij bij dit werk kreeg was fantastisch, vertelt Jaap, maar hij ging zich er steeds minder thuis voelen. “We keken naar de effecten van chemische middelen. We hadden – ik niet alleen, hoor, we waren met een man of twaalf – heel veel aanmerkingen. Op een gegeven moment ging de bestrijdingsmiddelenindustrie dit onderzoek financieren en mochten we alleen de positieve dingen vertellen. Uiteindelijk mocht ik niet meer praten. Toen ben ik met vervroegd pensioen gestuurd.”
Inmiddels was land- en tuinbouwlerares Adri Misset in zijn leven gekomen. Al was ze opgegroeid in het gezin van een drukker, ze voelde zich heel sterk verbonden met de landbouw, vooral de veehouderij. Ze had op verschillende veebedrijven meegewerkt en hield ervan de koeien te melken. “Daarom kan ik nog altijd goed met veehouders praten.”
Een nieuwe levensfase brak aan toen Jaap en Adri eind tachtiger jaren de excursies naar de biologische tuinbouwbedrijven aan de Bronsweg in Lelystad konden verzorgen en er een huis met een hectare land konden pachten. “Duizenden bezoekers hebben we ontvangen. Maar in 1994 startte het Centrum voor Biologische Landbouw en is al het werk daarheen gegaan. Wij zijn ons toen gaan specialiseren in composteren en het maken van chroma’s. We gingen op cursus in Oostenrijk bij de familie Lübke. Zij hadden na het overlijden van Pfeiffer zijn hele erfenis gekregen (boeken, lezingen, verslagen van proeven, aantekeningen, etc.) en hadden zodoende een hele goede manier van compost maken ontwikkeld. Samen zijn we er zes keer geweest, Adri is nog twee keer geweest, zij heeft de hele opleiding afgemaakt. En zo zijn we zelf begonnen met een demonstratietuin, waar we allerlei proeven met compost en chroma’s konden laten zien.”
Schone sloten
Ze trokken bezoekers aan van over de hele wereld en hadden prachtige ontmoetingen. “Weet je nog die blonde jongen uit Argentinië?” vraagt Adri stralend aan Jaap. “En die twee jongens uit Ivoorkust. Ze waren drie weken in Wageningen geweest en hadden robotstallen en ik weet niet wat allemaal gezien. Toen kwamen ze bij ons en zagen hoe wij compost maakten. ‘Waarom zijn we hier niet eerder heen gestuurd?’ riepen ze uit. ‘Hier kunnen we wat mee in ons land.’ Toen ik zei dat we in onze tuin geholpen worden door de elementair wezens keken ze me eerst met grote ogen aan. ‘Gelóóf jij dat?’ ‘Jazeker.’ Toen omhelsden ze ons en gaven een dikke knuffel, zo blij waren ze dat er in Europa ook mensen waren die zo dachten. Het is een van onze mooiste herinneringen. En Sjoerd Smits bleef drie weken bij ons. Hij wilde echt alles weten en kreeg daarna de gelegenheid om bij Van Iersel fantastische compostproeven te doen.”
“Ook vanuit Japan kwamen veel bezoekers. Masuro Emoto, de onderzoeker van waterkristallen, is een paar keer geweest (zijn dochter woont in Nederland). Hij was laaiend enthousiast over de chroma’s. En wij zijn in 1999 uitgenodigd naar Japan. Zo zijn we aan de bacterie gekomen die zorgt voor een betere compostering. De Japanners bleken dat bacteriepreparaat te hebben ontwikkeld op aanwijzingen van Pfeiffer.”
Een groot succes boekten Jaap en Adri bij een groep (gangbare) bollentelers in Noord Holland, die problemen hadden met hun afval, voornamelijk schillen van het bollenpellen en afdekstro. Op advies van Jaap zijn ze gaan composteren. “Een loonwerker heeft nu drie grote compostmachines draaien die bij een veertigtal bollenboeren de compost verwerken, een investering van ruim 300.000 euro per machine. Dat hebben ze samen opgebracht. Het is een enorm succes.”
Eigenlijk mocht het niet volgens milieuregels om het afval op die manier op eigen bedrijf te verwerken. Maar het Hoogheemraadschap kwam de hopen pas op het spoor toen ze zich verbaasd afvroeg waarom de sloten opeens zo opvallend veel schoner waren. Ze besloten daarom de hopen te gedogen en dat doen ze nu nog.
Naast het compost maken zorgden Jaap en Adri ervoor dat de methode van het maken van chroma’s meer bekendheid kreeg. Pfeiffer heeft de chromatografie ontwikkeld, waarmee Eugen en Lili Kolisko op aanwijzingen van Steiner waren begonnen.
Chroma’s
Jaap legt uit: “Chroma’s maken gaat via een bepaalde filtermethode met uiterst verdunde oplossingen van zilvernitraat en natronloog. Het beeld dat op deze manier ontstaat, geeft de kwaliteit van de bodem en de compost weer. Een chroma maakt dus in feite de levenskrachten, de levensenergie van de bodem zichtbaar. Je kunt aan de chroma’s zien hoe ziek een bodem kan zijn, bijvoorbeeld door het gebruik van kunstmest, maar vooral door drijfmest. Die is heel slecht voor de grond. Zeker 90% van de landbouwgrond bestaat uit een verziekte bodem.”
“Het voordeel van de chromatografie is dat de methode vrij eenvoudig is. Iedereen kan het leren. Elke boer zou bij wijze van spreken zijn eigen grond en ook zijn eigen voedselproducten kunnen testen. Aan een chroma is enorm veel af te lezen. Het centrum van de chroma geeft de toestand van de vaste stof weer. De ringen daaromheen de toestand van het vloeibare en het gasvormige. De buitenste rand geeft de toestand van het geestelijke, de warmte weer. Een plant heeft de vier elementen nodig om te groeien: aarde, water, lucht en vuur. Anders gezegd: het fysieke lichaam, de materie en het levenslichaam en de astrale en geestelijke kwaliteit of ‘informatie’. Wanneer de bodem verstoord is, zie je dat aan een chroma. Een chroma van een zieke bodem is in het centrum zwart. Een gezonde bodem is doorlicht. Dit wordt veroorzaakt door micro-organismen. Ook met het kiezelpreparaat breng je lichtkwaliteit, zowel in de atmosfeer als in de plant.”
Pfeiffer zei dat het interessante van de humus het geestelijke is, vertelt Jaap: “En dat komt in de chroma’s tot uiting in de vorm van donkere stippen in de buitenste ring. Dat is in feite het energieveld van de humus en van de eiwitten die in de humus zitten. Daarom kun je stellen dat de humus de ‘ziel’ van de bouwvoor is. De humus legt de verbinding tussen het geestelijke en het stoffelijke, de idee en de materie. Net zoals bij de mens de ziel de brug vormt tussen het lichamelijke en het geestelijke. Wanneer de bodem niet in staat is de verbinding tussen het stoffelijke en het geestelijke te leggen, ontstaan plantenziektes. Want de plant krijgt dan onvoldoende ‘informatie’ van een universeel plantenwezen dat tijdens de groei van die plant via zijn levenslichaam werkzaam kan zijn. En daardoor krijgen mens en dier via het voedsel ook te weinig ‘informatie’. Als wij geen goede voeding krijgen, dan krijgen wij onvoldoende ‘informatie’ uit de kosmos, het energieveld van de planeten- en sterrenwereld. Wil je een gezonde bouwvoor hebben, dan moet je werken met goede compost.”
Shockerend
Tijdens een cursus stuitten ze op een compostmonster uit Rotterdam dat een shockerende chroma bleek te vertonen. Adri: “We schrokken ons rot! Wat was er met die compost aan de hand? Lichtkrachten waren totaal afwezig. Later bleek dat in die compost genetisch gemanipuleerde tomatenplanten uit een proef terecht waren gekomen, clandestien natuurlijk, want die hadden vernietigd moeten worden. We hebben toen meerdere proeven gedaan met genetisch gemanipuleerde gewassen met zorgwekkend resultaat. De verbinding met de kosmische energie is ernstig verstoord. Het geestelijke, het scheppende, kan zijn werk niet meer doen.”
De invloed van genetisch gemanipuleerd voer houdt niet op bij de maag van de koe. Ook chroma’s van de mest én de melk laten een negatieve invloed zien, en vervolgens de bodem, waarop deze mest is uitgereden. En ook het kuilvoer dat op deze bodem heeft gegroeid. “Genenmanipulatie,” zo stellen Jaap en Adri, “is de grootste bedreiging op aarde. Het sluipt overal binnen. Er zijn veel kinderen allergisch voor melk. Maar het is niet de melk waar ze niet tegen kunnen, ze zijn allergisch voor de genetisch gemanipuleerde maïs die de koeien hebben gegeten, voor de informatie uit die maïs die in de melk aanwezig is. Japanse kinderen krijgen genetisch gemanipuleerde soja te eten. Het blijkt dat hun hersenen zich slecht ontwikkelen en ze worden agressief. Ze presteren niets meer in de gymles. Daar is in Japan een onderzoek over gepubliceerd.”
Wat zou er in de toekomst moeten gebeuren? Jaap en Adri hoeven over die vraag niet na te denken: “Mensen bewust maken. Boeren verdienen meer waardering en meer vertrouwen. Wie voedsel produceert voor zijn medemens moet de gelegenheid krijgen om dat op een goede manier te doen. Consumenten en boeren moeten zich samen inzetten voor goed voedsel. Voeding is meer dan maagvulling. Goede voeding voedt. Die bewustwording, van boeren samen met consumenten, wordt door de Aquarius Alliance goed opgepakt. Dat ondersteunen wij van harte.”
In dit artikel heeft Ellen Winkel met toestemming stukken overgenomen en bewerkt van het artikel ‘Een leven lang te midden van compost’, dat is verschenen in Dynamisch Perspectief jan-febr 2001, geschreven door Maaike Boschloo en Bruno van der Dussen. |
terug naar boven
|
| |
|
Pieter de Vogel schakelt zijn glastuinbouwbedrijf om
Meer hectiek en meer plezier
Zijn vader schakelde in 1977 al om, maar toen was de tijd er nog niet rijp voor. De bank liet hem geen keus: hij moest terug naar gangbaar. Bijna dertig jaar later verwijderde zoon Pieter de Vogel de steenwol weer uit de kas. “Ik ben nu veel meer tuinder.”
Voor het volledige artikel, zie Ekoland, 5 2007 |
terug naar boven
|
| |
|
Met hart en handen
Venster naar de hemel
Thilly Maenen uit Geertruidenberg schildert al twintig jaar iconen volgens de traditie van de Russisch-orthodoxe monniken. “Een belevenis, het schilderen is eigenlijk één lang gebed.”
Voor het volledige artikel, zie Zens 5 2007 |
terug naar boven
|
| |
|
Biologisch
“Biologische voeding niet gezonder”, kopten alle kranten na onderzoek van de Consumentenbond. Want wat je niet verwacht is nieuws. Hoe zit het met de onderzoeken waaruit blijkt dat biologisch wél gezonder is? Tijd voor het complete verhaal.
Voor het volledige artikel, zie GezondNU 4 2007 |
terug naar boven
|
| |
|
Eten onze kinderen teveel gif?
“Groente en fruit bevatten voor kinderen teveel gif”, horen we steeds weer van milieu- en consumentenorganisaties. “Wat een paniekzaaiers, de risico's zijn te verwaarlozen”, reageren woordvoerders van supermarkten en overheid. Hoe veilig is voedsel voor uw kind?
Voor het volledige artikel, zie GezondNU 3 2007 |
terug naar boven
|
| |
|
Het gezondste dieet: brood, hoop en liefde
Johannes Kingma is voedingskundige en diëtist met een grote kennis van de antroposofische voedingsleer. Jezelf goed voeden heeft voor hem met veel meer te maken dan alleen een uitgebalanceerde hoeveelheid vitamines en koolhydraten. Er zijn drie wegen om ons te voeden. De materiële voeding: wat we letterlijk van ons bord eten. De geestelijke voeding: hoop, geloof, liefde en idealen. En dan is er nog een derde weg: die van harmonie, balans en schoonheid als voeding voor de ziel. Die laatste twee kunnen zelfs een gebrek aan materiële voeding compenseren.
Voor het volledige artikel, zie Happinez februari 2007. |
terug naar boven
|
| |
|
De klank van voedsel
Arts en ingenieur Otto van Nieuwenhuijze ziet samenhangen waar anderen ze niet zoeken. Hij combineert inzichten uit oude geneeswijzen met kennis uit de nieuwste wetenschap. Tijdens een Indiase maaltijd had journalist Ellen Winkel een filosofisch gesprek met hem. “Gezonde voeding is voeding die onze samenhang voedt.”
Otto van Nieuwenhuijze eet graag in Indiaas restaurant Shiva in Amsterdam. Binnen heerst een rustige sfeer, al dringen de geluiden van het drukke stadscentrum zich af en toe op. We starten met een kruidig geurende soep. Van Nieuwenhuijze opent zijn handen rond de kom: “In sommige culturen stellen mensen zich eerst voor aan de soep en stelt de soep zich voor aan hun lichaam. Die kennismaking zorgt ervoor dat het lichaam zich alvast kan instellen op het eten dat in aantocht is. De darmen beginnen voorbereidingen te treffen, zodat de spijsvertering beter verloopt. Bidden voor het eten heeft een vergelijkbaar effect.”
Het onderwerp van het interview is gezonde voeding. In de ogen van Otto van Nieuwenhuijze is alles deel van een geheel en functioneert elk deel in samenhang met het geheel. Dus gaat ons gesprek behalve over aardse zaken als rijst, koriander en curry, net zo goed over atomen en het ontstaan van het universum. “Vergelijk het met een los puzzelstukje. Je ziet wel iets, maar je weet niet wat je ziet. Leg je dat stukje in de hele puzzel, dan krijgt het opeens betekenis. Dan snap je pas waarom dat puzzelstukje er zo uitziet.”
“Het draait om samenhang”
Ik vraag hem wat gezonde voeding is. Dat is een vraag over een puzzelstukje. Zijn antwoord gaat over de puzzel: “Ik heb op een andere manier leren kijken naar het menselijk lichaam. Een lichaam is niet een anatomisch natuurkundig object of een fysiologisch chemisch proces. Het leeft. Het gaat in ons lichaam niet om de materie, maar om de samenhang van die materie. Dat zie je op het moment dat iemand net is gestorven. De materie is niet veranderd, maar de samenhang is verloren. Gezonde voeding is voeding die onze samenhang voedt. Elk hapje dat we eten vertelt ons lichaam iets over de wereld om ons heen. Hoe natuurlijker dat hapje is - je kunt ook zeggen: hoe meer dat hapje de samenhang van het universum weerspiegelt - hoe meer ons lichaam wordt gevoed. Industrievoedsel mist die samenhang. Het is, zeg maar, kapot en voedt dus niet de essentie van leven, namelijk samenhang.”
Maar hoe werkt dat dan? “Dat vraagt enig begrip van de kwantumtheorie. Neem als voorbeeld een appel. Een appel is een samenhangend trillingsveld. Alle informatie uit de omgeving – grondsoort, klimjaat, de aandacht van de teler, bestrijdingsmiddelen – is in dat trillingsveld aanwezig. Gifstoffen en andere onnatuurlijke invloeden verstoren de harmonie in het veld, ze vormen valse tonen in het concert. Ons lichaam merkt dat, want ons lichaam is ook een trillingsveld. Ons lichaam is afgestemd op producten waar het als miljoenen jaren aan is gewend, ofwel producten in hun natuurlijke samenhang. Een biologische appel heeft een natuurlijke klank die in harmonie is met de muziek van ons lichaam.”
Gezonde voeding kan ons lichaam goed verteren. Om het verteringsproces van voedsel beter te begrijpen maakt van Nieuwenhuijze een vergelijking tussen planten en mensen: “Wij eten soep en vanuit onze darmen neemt ons lichaam voedingsstoffen op. Bij een plant is het omgekeerd. Die staat als het ware met zijn wortels in de soep. Darmen en wortels werken op dezelfde manier: ze kunnen alleen voedingsstoffen opnemen dankzij de activiteiten van micro-organismen. Darmflora en bodemleven zijn onmisbaar.”
Dat was mij wel bekend, maar wat hij vervolgens vertelt levert mij een nieuw inzicht op: “Bodemleven en darmflora hebben veel met elkaar te maken, ze staan direct met elkaar in verband. Verstoring van het bodemleven verstoort de voeding van onze darmflora. Zo leidt het gebruik van kunstmest ertoe dat veel micro-organismen uit de bodem verdwijnen. Daardoor kunnen plantenwortels niet meer voldoende sporenelementen opnemen. Als mensen dee planten eten, ontbreken er essentiele voedingssoffen en raakt de darmflora ondervoed. Gebruik van kunstmest leidt tot gebruik van voedingssupplementen, zodat mensen het ontbrekende deel van de plant, het ontbrekende deel van de bodem, kunnen aanvullen.”
Ons taalgebruik zegt het
We beginnen aan het hoofdgerecht: een bord met vijf kleine schaaltjes smaakvol bereide gerechten. Otto van Nieuwenhuijze bekijkt de rijst. “In elk deel weerspiegelt zich het geheel, dus kan ik in de rijst het universum beleve”, zegt hij glimlachend. Hij is ervan overtuigd dat een mens in wezen op dezelfde manier functioneert als het universum. “We zijn er een evenbeeld van. Natuurwetten werken overal: in een atoom, in ons, in de natuur en in de rest van het universum. Het uni-versum is een samenhangend geheel, het is één (uni) lied (versum).”
Om de wereld om ons heen beter te begrijpen, verdiept van Nieuwenhuijze zich in de nieuwste inzichten vanuit de kwantum- en de veldtheorie. Hieruit blijkt dat materie bestaat uit een samenspel van trillingen. Materie is gelijk aan energie. En energie is op een dieper niveau informatie. Alles - mensen, dieren, planten, mineralen – wordt gevormd uit een samenhangend trillingsveld. “Ons lichaam is een symfonie van processen, een akkoord van trillingen. Het beschikt over een elektromagnetisch regelsysteem, dat de basis vormt van de traditionele Chinese geneeskunst.” Ook stralen we, letterlijk, licht uit. Over deze ‘elektromagnetische of energetische mens’ hebben wij op school weinig of niets geleerd. Maar uit ons taalgebruik blijkt dat we er wel mee vertrouwd zijn. We zeggen: ‘je straalt helemaal’ of ‘we zitten niet op dezelfde golflengte’ of ‘er gaat me een licht op’.
Mijn lichaam als symfonie
Het toetje is op, een romige crème met amandel en kardamom. Mijn lichaam en geest zijn goed gevoed. Ik weet nu dat mijn lichaam een symfonie is, die – als ik gezond ben – in harmonie is met het eindeloos doorgaande lied van het universum. Mijn cellen en organen vormen klanken en melodielijnen in dit muziekstuk. Voeding is gezond wanneer de eeuwenoude liederen uit de natuur er zo zuiver mogelijk in naklinken. En als ik veel valse noten eet, raak ik ontstemd.
[kader]Oude en nieuwe kennis
“De nieuwste kennis vanuit de kwantumveldtheorie sluit goed aan bij veel traditionele geneeswijzen”, zegt Otto van Nieuwenhuijze. “Maar die nieuwe kennis is nog niet doorgedrongen in de medische wereld. Artsen beweren nog steeds dat homeopathie niet kan werken, omdat er geen enkele molecuul van de werkzame stof meer aanwezig is. Maar homeopathie maakt gebruik van ‘geïnformeerd water’. De werking ervan is vanuit de kwantumtheorie heel goed te begrijpen. Water kan informatie opslaan in de samenhang van tussen moleculen.”
Homeopathie is dus heel modern in ons huidige informatietijdperk, waarin we overal informatie opslaan: op pinpassen, cd-rons en computerschijven. En ook bij voeding draait het uiteindelijk om informatie, aldus van Nieuwenhuijze: “De essentie van voeding is niet de materie, maar de samenhang: de informatie die de materie bevat.”
[kader]Wie is Otto van Nieuwenhuijze?
Otto van Nieuwenhuijze is arts en ingenieur. Toen hij in de zeventiger jaren in Delft studeerde, ontdekte hij dat de wetenschap het onbekende niet kan beschrijven. Later studeerde hij geneeskunde in Maastricht en zag hij tot zijn grote verbazing dat alle medische kennis nog gebaseerd was op natuurwetten van twee eeuwen geleden. “Artsen zien geen kwantumvelden in ons lichaam, want ze hebben die niet leren kennen.” Nu richt van Nieuwenhuijze zich op ‘het genezen van de geneeskunst’. Hij heeft de Stichting ter bevordering van de integratie van Geneeswijzen opgericht, is eindredacteur van het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde en docent CAM (Complementary Alternative Medicine). Hij werkt als adviseur om organisaties te helpen functioneren als organisme in plaats van als mechanisme. Via lezingen, consulten, publicaties en onderwijsprogramma’s brengt hij zijn visie naar buiten. |
terug naar boven
|
| |
|
Nieuwe kijk op voedingskwaliteit; Energieke sla
De lekkerste sla is sla uit eigen tuin. Maar geeft deze ‘energieke’ sla u ook letterlijk meer energie dan die slappe krop uit de supermarkt? Ja suggereert onderzoeker Roel van Wijk. ‘Wij hebben al vastgesteld dat innerlijke kwaliteit invloed heeft op het verteringsproces.’
Voor het volledige artikel, zie GezondNU 11 2006 |
terug naar boven
|
| |
|
Minder last van allergie dankzij antroposofische leefstijl
Kinderen op vrije scholen hebben twintig tot dertig procent minder last van eczeem en allergie dan andere schoolkinderen. De reden is dat ze minder antibiotica, paracetamol en inentingen krijgen. Dit blijkt uit een groot Europees onderzoek.
Voor het volledige artikel, zie Seizoener zomer 2006 |
terug naar boven
|
| |
|
Ze zijn boerin én ...
De landbouw is in beweging: steeds meer boerderijen zijn kleurrijke, multifunctionele bedrijven. Zes biologische boerinnen vertellen over hun werk. Ze zijn niet alleen boerin, maar ook (web)winkelier, zorgbegeleider, therapeut, recreatieondernemer, natuurdocent, marktvrouw, activiteitenbegeleidster of kunstenaar.
Voor het volledige artikel, zie GezondNU 7&8 2006 |
terug naar boven
|
| |
|
|
Jonas, vaste rubriek Met hart en handen, november slachtmaand 2005
De weg naar eigenheid
Hooimaand, oogstmaand, wijnmaand. Begrippen die verwijzen naar een tijd waarin de productie van onze voeding verbonden was met de seizoenen. Ze zijn er gelukkig nog: producenten die met 'hart en handen' samenwerken met de natuur. Jonas zoekt er elke maand een op. In de slachtmaand varkensliefhebber Bert Waterval uit Dalfsen.
Bert Waterval kwam als dierenarts veel op intensieve varkenshouderijen. "Maar iets in mij was het er helemaal niet mee eens. Ik deed iets wat helemaal niet van mij was en raakte vervreemd van mezelf. Ik besloot ermee te stoppen. Vlak daarna brak de varkenspest uit, ik had net op tijd het zinkend schip verlaten. Maar ik vond het te makkelijk om het daarbij te laten. Ik wilde iets terugdoen voor het varken, een systeem verzinnen dat puur vanuit het varken was opgezet. Het voelde als een roeping, die ik met enige tegenzin op mijn schouders heb genomen. Later ben ik het pas leuk gaan vinden."
Aards
Bij zijn idyllische boerderijtje 'de Panhof' vlakbij het Overijsselse Dalfsen lopen zijn varkens - twee zeugen en een twintigtal biggen - het hele jaar buiten. "Ook als er sneeuw ligt vinden ze het leuk om naar buiten te gaan", weet Bert. Ze hebben alleen een klein nachthok, dat verscholen ligt in een stukje bos. Een enorm groot moedervarken stapt traag de modderpoel in en laat zich op haar rug rollen. In de wei ernaast loopt een groep biggen, sommigen hebben een kastanjebruine kleur die glanst in de zon.
"Kijk, zo kunnen ze er uitzien. Er gebeurt iets met je als je zulke gelukkige varkens ziet. Misschien komt dat, doordat varkens kwa DNA-structuur heel dicht bij mensen staan. Varkens zijn heel eigenzinnige dieren, ze wijzen je de weg naar eigenheid. Ze zijn heel aards. Het hele wezen van het varken wijst naar de aarde. Ze hebben mij geholpen mezelf terug te vinden. En dat wil ik ook anderen laten zien." Daarom biedt hij mensen de gelegenheid een dag op de Panhof te komen om varkens te schilderen of te mediteren. Ook heeft hij een groepsruimte, met houtkachel en leemgestuukte muren, waar hij proeverijen organiseert.
Droom
Bert wil zijn bijzondere varkens niet laten eindigen als doorsnee karbonade: "Het heeft voor mij meerwaarde om er een hele speciale ham van te maken." De receptuur heeft hij op basis van de kennis van koks en slagers en eigen experimenten met allerlei kruidenmengsels ontwikkeld. Hij laat de hammen en worsten meer dan een half jaar afrijpen.
Zijn exclusieve producten staan bij een aantal toprestaurants op de kaart. Wat is het 'geheim' van de bijzondere smaak? "Biggen gaan al wroeten als ze één week oud zijn," vertelt Bert. "De micro-organismen in de grond zorgen voor een natuurlijk darmklimaat. Dat heeft veel invloed op de smaak van het vlees. Bovendien krijgen ze goed voer: geen soja, wel aardperen."
"In een droom had ik een beeld van een peer die op de grond lag. Het beeld was zo helder, dat ik er iets mee moest. Door peer en aarde letterlijk te nemen kwam ik op aardpeer. Aardperen zijn heel gezond voor varkens en ze zijn heerlijk zoet. In november zijn de knollen onder de grond rijp en dan mogen ze ze zelf uit de grond graven. Als het hek open gaat is het feest!" Meer weten? www.panhof.nl. |
terug naar boven
|
| |
|
Seizoener, november 2005
Genieten van geuren, kleuren en smaken tijdens het overblijven
Hoe krijg je kinderen enthousiast voor goed eten?
Groeien aardbeien aan een struik? Komt melk uit de fabriek? Kinderen weten lang niet altijd waar hun eten vandaan komt. Doris Voss en Esther Boukema uit Amsterdam willen kinderen alles laten weten over eten. Ze willen hen laten genieten van de geuren, kleuren en smaken van verse biologische producten. Stap voor stap werken ze aan een overblijfrestaurant en educatieve activiteiten rondom koken met kinderen.
Inspiratie, december 2003
Doris neemt een pan soep mee naar het overblijfuurtje van de klas van haar dochter Emma (4). Ze ergert zich dat de kinderen iedere dag snel hun boterhammen in hun mond proppen. Er is geen rust. En vaak hebben de kinderen al geen honger meer omdat er weer iemand cake of ander snoep heeft getrakteerd.
Terwijl ze soep uitdeelt denkt ze: "Dit is het." Ze was al een poosje op zoek naar passend werk. Haar baan als modestyliste had ze opgezegd, want de vele reizen naar Italië waren voor haar als alleenstaande moeder niet vol te houden. Nu weet ze het, ze wil koken voor en met kinderen. Ze klimt in de telefoon en het lukt haar zowaar om het leegstaande gebouw tegenover de school te mogen gebruiken als tijdelijk 'overblijfrestaurant'. Op zoek naar hulp komt ze in contact met Esther. Zij heeft haar zoon op dezelfde school.
Esther is zelfstandig grafisch vormgeefster. Samen met haar vriend, een fotograaf, brengt ze duurzame initiatieven in beeld. Ook heeft ze een huiskamerrestaurant gehad. Esther is al twintig jaar gefascineerd over hoe voeding je gezondheid en stemming kan beïnvloeden: "Gezond eten is een feest, een rijkdom van geuren en kleuren en oneindige combinaties. Je maakt iets wat je versterkt, waar je gezond bij blijft."
Maar de supermarkten liggen vol bewerkte producten met allerlei toevoegingen. Koken, dat is voor velen een zakje cup-a-soup open trekken of een kant-en-klare pizza in de oven schuiven. Veel kinderen worden te dik en ze weten niet eens hoe dat komt.
Proefdraaien, maart tot juni 2004
Vijfentwintig kinderen stormen het 'kinderrestaurant' binnen. De geur van zelfgebakken brood en geroosterde pitjes komt hen tegemoet. Op de tafels staan bloemen en prachtige borden. "Wat is dat?" roepen de kinderen. De meeste zijn niet gewend om verse groente te eten. En Doris en Esther ontdekken proefondervindelijk hoe je hen kunt verleiden alles te proeven. "Als je de peterselie heel laat herkennen ze een blaadje, snij je het fijn dat denken ze dat het beestjes zijn." Daarbij laten ze zich coachen door een bevriende kinderpsychologe. Zij adviseert de kinderen niet te streng - maar wel volhardend - te vertellen dat ze alles tien keer moeten proeven. Doris smelt als een meisje dat de soep eerst niet lustte haar roept: "Ik heb het nu zeven keer geproefd en nu vind ik het lekker!"
De stukjes wortel, bloemkool en zelfs witlof, die de kinderen in een saus op basis van geitenyoghurt en mayonaise mogen dippen, zijn iedere keer schoon op. Ondertussen stellen Doris en Esther vragen: 'Weet je hoe een wortel groeit?' 'Wie wil later kok worden?' Al na een half uur is de pauze voorbij en rennen ze het pand weer uit.
Vier maanden koken Doris en Esther iedere week voor de twee kleuterklassen van Esthers zoon en Doris' dochter. De ouders betalen drie euro per maaltijd, net genoeg om de kosten van de ingrediënten te dekken. De reacties zijn heel positief. "Mijn kind eet nu opeens sla."
Plan krijgt vorm, zomer en herfst 2004
Het lege gebouw krijgt weer een bestemming en het koken houdt op. Maar Doris en Esther willen verder. Ze werken de plannen uit en noemen hun project 'De Smaak Te Pakken'. Een expert op het gebied van natuureducatie, Dorine Krekelberg, sluit zich bij hen aan. Haar bedrijf Puur Natuur bouwt al jaren schoolpleinen om tot natuurlijke oases. En het zou een gouden combinatie zijn om bij de kinderkeuken een kindertuin in te richten met eetbare bloemen, sla, verse kruiden en een hut van wilgentenen. Wat begon als koken voor kinderen ontwikkelt zich tot een groots plan: een kinderkeuken in combinatie met een educatief programma rondom natuurbeleving, voedselkwaliteit en eten.
De directeur van de Amsterdamse welzijnsorganisatie Combiwell, Hans Zuiver, heeft interesse om een ruimte - misschien zelfs met tuin - te delen en naschoolse activiteiten te ontwikkelen samen met het kookproject, maar er moet nog wel geld geregeld worden voor het inrichten en draaiende houden van de keuken. Tegen muren oplopen en doorzetten, winter en lente 2004/2005
Hoe financier je zo'n project? Op een gegeven moment moet er wel boter bij de vis. Esther, Doris en al hun helpers hebben het gehele voortraject in eigen tijd en met eigen geld uitgevoerd. Op zoek naar subsidie bellen ze ministeries, wethouders, gemeenteambtenaren, enz. Iedereen verwijst ze naar een volgend loket. Er zijn subsidieregelingen, maar dan moeten ze wel precies aan alle criteria voldoen.
Een pot voor de promotie van biologische producten biedt het meest perspectief. Maar dan moet het project wel landelijk zijn en niet alleen in Amsterdam. Dus moeten ze zich al op meerdere locaties gaan richten, hoewel ze liever eerst in Amsterdam de boel op poten hadden willen zetten.
In maart draaien ze hun eerste proef in Amersfoort: de kinderkeuken als naschoolse activiteit. Tussen al dat vermoeiende geregel, de telefoontjes en het schrijven en herschrijven van projectvoorstellen krijgen ze weer energie van het koken met kinderen. Het gevoel van 'hier doen we het voor'. Een keuken vol kinderen met koksmutsen en witte schorten, die ontdekken dat je uit geklieder met meel en water toch, wonder boven wonder, een echte pizza kunt toveren!
Verder over twee wegen, zomer en herfst 2005
Om alvast wat geld binnen te krijgen starten Doris en Esther een donateuractie zodat ze de periode kunnen overbruggen totdat de subsidie van start gaat. Maar dan volgt een slecht bericht: de subsidie gaat niet door. De ambities moeten helaas worden teruggeschroefd, maar Doris en Esther hebben verschillende prioriteiten. Ze besluiten elk hun eigen weg te gaan.
Esther wil verder met het ontwikkelen van een lesprogramma voor basisscholen. Samen met natuureducatie-expert Dorine werkt ze aan een educatief programma rondom keuken en tuin voor Amsterdamse scholen. Verder geeft Esther losse smaaklessen en organiseert ze kookacties op bijzondere locaties samen met een kerngroep van vrijwilligers. "Komend weekend gaan we met kinderen in appelbomen klimmen, appels plukken en dan iets lekkers met appels maken. Maar ook gaan we ontdekken wat een appel eigenlijk is. Hoe smaakt die en wat is smaak eigenlijk? Waarvoor zijn die pitjes? En allerlei zintuiglijke aspecten: hoe voelt en ruikt een appel? Zo wil ik voor ieder seizoen modules ontwikkelen. In de herfst denk ik bijvoorbeeld aan een vuurtje maken en kastanjes of maïs roosteren, allerlei verwarmende dingen."
Doris richt zich ondertussen allereerst op het realiseren van een overblijfrestaurant op een vaste locatie, waar kinderen tussen de middag een warme, gezonde lunch krijgen aan gezellig gedekte tafels. Ze komen er tot rust, komen van alles te weten over goed eten en leren en passant ook tafelmanieren. De klassen rouleren, zodat ze bijvoorbeeld eens in de maand aan de beurt komen. Op basis van de praktische ervaringen die Doris in het restaurant opdoet, wil ze lesmateriaal ontwikkelen voor in de klas, aansluitend bij wat de kinderen in het restaurant leren.
Doris: "Het restaurant kan een bruisend, culinair centrum worden met een toegankelijke, enigszins hippe uitstraling. Naast het overblijfrestaurant kunnen ook andere activiteiten plaatsvinden, zoals kookcursussen, een buurtrestaurant of een afhaalplek van gezonde kant-en-klaar maaltijden. Het zou bovendien een goede plek kunnen zijn voor reïntegratie van werkloze, alleenopvoedende ouders. Door verschillende dingen te combineren kunnen we er een levensvatbaar initiatief van maken."
Doris is in overleg met allerlei partijen, zoals welzijnsorganisatie Combiwell, een restaurant, de gemeente en mogelijke sponsors om dit van de grond te krijgen. Ze hoopt dat het idee ook anderen inspireert om iets dergelijks op te zetten. Om het voor hen eenvoudiger te maken gaat ze een soort draaiboek maken met tips over de aanpak. "Nederland is het enige land, waar de overblijf zo slecht geregeld is. Ik hoop dat dit idee zo leuk is, dat het besmettelijk is!"
Meer informatie:
Voor meer informatie over een kookactiviteit of smaakles bij u op school: Esther Boukema, 020-6696495, www.smaaktepakken.nl
Voor meer informatie over het (draaiboek voor het) overblijfrestaurant in combinatie met lesmateriaal, Doris Voss, 06 41 49 31 99, www.tijdvooreten.nl (website in opbouw) |
terug naar boven
|
| |
|
Gezondheid. juni 2005
De tweede Gezondheid-fietstroute: op zoek naar vloeibaar goud
'n Zomerzoetheid
Ook deze maand hebben we weer een fietstocht voor u uitgezet. Langs de bijenkasten van biologisch-dynamisch imker Wim van Grasstek. "Als ik in een wolk van bijen sta, voel ik een vibratie, een volmaaktheid."
Het leven van Wim van Grasstek (52) veranderde radicaal toen hij in 1980 bijen ging houden. Hij raakte gefascineerd door het bijenleven en de kracht van honing. Vooral een lezing van een biologisch-dynamische (BD) bijenhouder maakte diepe indruk. "Ik had nog nooit van biologisch-dynamisch of van antroposofie gehoord. Ik snapte dan ook niets van die lezing. Maar in mij ging een vuur branden en dat brandt nu nog steeds."
Stuifmeel als krachtvoer
Een bijenvolk bestaat in de zomer uit een koningin met ongeveer vijftigduizend werkbijen en ruim vijftienhonderd darren, de mannetjes. Hun enige taak is het paren met de koningin. De koningin legt eitjes en de werkbijen verzorgen de larven, halen voedsel (stuifmeel en bloemennectar), bouwen raten en houden de bijenkast schoon.
Om honing te maken zuigen bijen hun honingmaag vol met nectar. De toevoeging van maagsappen en enzymen verrijkt de samenstelling zodat dunne honing ontstaat. De bijen slaan dit op in honingraten, laten het indampen en verzegelen de raat met was.
De honing is bedoeld als wintervoorraad en bevat allerlei suikers (vooral vruchten- en druivensuiker), enzymen, vitaminen, mineralen en stoffen die de ontwikkeling van bacteriën tegengaan. Ter vervanging van de gewonnen honing voeren de meeste imkers hun bijen met suikerwater. Wim kiest ervoor minder honing te winnen, zodat de bijen volledig op hun eigen honing kunnen overwinteren.
Behalve nectar verzamelen bijen ook stuifmeel, een soort krachtvoer voor bijenlarven, en propolis, een plakkerig, geurig goedje afkomstig van knoppen van bomen en planten. Het doodt bacteriën en virussen. Bijen kitten er de kieren van hun kast mee dicht om ziektes en indringers buiten de deur te houden.
"Alsof je een arm afrukt"
Om zich voort te planten splitst een bijenvolk zich aan het eind van de lente. De koningin vertrekt met een groot deel van het volk uit de kast op zoek naar een nieuwe woning. Wanneer zo'n bijenzwerm aan een dakgoot of een boomtak gaat hangen, of in een schoorsteen kruipt, kunnen mensen die in de buurt komen worden gestoken. De imker vangt de zwerm daarom zo snel mogelijk en brengt hem naar een nieuwe kast. In de verlaten kast kruipt een jonge koningin uit haar ei en zij vormt met de achtergebleven bijen een nieuw volk.
Wat is nu het verschil tussen de biologisch-dynamische en de reguliere bijenteelt? "Het grootste verschil zit hem in de manier van bijenhouden", vertelt Wim. "Een BD-imker zorgt ervoor dat het bijenvolk zich zo natuurlijk mogelijk kan ontwikkelen. De reguliere teelt is, net als de rest van de landbouw, steeds intensiever geworden." Hij legt uit dat - om de honingproductie te verhogen - koninginnen in een volk worden geplaatst, die in het buitenland zijn opgekweekt tot 'superbijen'. Darren worden gezien als nietsnutten die wel honing eten. Daarom worden darrenlarven geweerd. Ook het bouwen van raten kost energie, dus honing. Daarom plaatsen imkers kunstraten. Zwermen worden voorkomen door het volk zelf te splitsen, vlak voordat een volk dat van nature zelf zou doen.
"Een BD-imker ziet een bijenvolk als een eenheid. Het volk is één organisme, één lichaam," legt Wim uit. "Als je het zo ziet, dan is het splitsen van een volk alsof je er een arm afrukt. Een vreemde koningin inbrengen is als een harttransplantatie. Kunstraat kun je vergelijken met een kunstheup. Een BD-imker laat zijn bijen zelf raten bouwen. Hij kiest altijd voor het inheemse bijenras en laat de koningin door het volk zelf voortbrengen. Bijen mogen een natuurlijke zwerm vormen. En er worden geen chemisch-synthetische middelen gebruikt tegen ziektes. Bijen behouden een deel van hun eigen honing om te overwinteren. Deze manier van imkeren geeft het volk een bijzondere kracht, zodat honing van superieure kwaliteit ontstaat."
Bijna een geneesmiddel
Een biologisch-dynamische imker kan niet garanderen dat bijen alleen naar onbespoten bloemen vliegen. Wel kan hij de bijenkasten plaatsen bij natuurgebieden, zodat ze voornamelijk schone bloemen bezoeken.
De bloemsoorten, die de bijen hebben bezocht, zijn van grote invloed op de smaak en de structuur van de honing. Verder bepalen de kracht van het volk en de manier van honing winnen de kwaliteit van de honing. De honing moet koud geslingerd worden. Ook roeren gaat volgens Wim te koste van de kwaliteit. Hij zal zijn honing dus nooit 'enten'. Dat betekent dat je door honing van een bloemsoort die snel kristalliseert een beetje andere honing mengt, zodat de honing smeuïg blijft.
Wim streeft naar de hoogste kwaliteit honing. "Honing is een heel bijzondere stof, een hoogwaardig product. Het is bijna een geneesmiddel. Het zorgt voor meer evenwicht in je lichaam, een goede balans tussen het fysieke en het psychische." Ter illustratie vertelt hij over een meisje, dat iedere avond een lepeltje honing kreeg omdat ze pseudo-kroep (een keelaandoening) had. Haar kleine broertje wilde natuurlijk ook zo'n lekker hapje. Het knulletje bonkte in zijn slaap vaak met zijn hoofd tegen het bed, tot bloedens toe. Het bonken hield op, al hadden de ouders nog geen verband gelegd met de honing. Totdat de pot leeg was en het bonken opnieuw begon.
"Mijn hart gaat open"
Iedere dag een lepeltje honing op de tong laten smelten, zodat die via de slijmvliezen wordt opgenomen, geeft een optimale medicinale werking, adviseert Wim. Het is het best om koudgeslingerde honing bij een imker in uw eigen omgeving te halen. Zet honing nooit in de magnetron, eventueel kunt u het au bain-marie verwarmen tot maximaal veertig graden. Bij verhitting gaan de meest wezenlijke bestanddelen van honing, de enzymen, verloren.
Dat bijen het leven van een bijenvolk zo prachtig mooi in elkaar zit en dat ze zulke bijzondere producten maken blijft Wim verwonderen. "Bijen zijn hoogontwikkeld. Ik leer er elk jaar nog veel van. Ze beheersen mijn denken. Ik mis ze in de winter, als ze samengeklonterd in een kleine tros in hun kast verblijven. Als ze dan op de eerste warmere dag massaal naar buiten vliegen, dan is het alsof je hart open gaat."
De meeste mensen zijn als de dood voor een bijenzwerm, maar Wim beleeft euforische momenten wanneer een volk zich deelt en een zwerm ontstaat. "Dan sta ik in een wolk bijen van wel vijftig meter doorsnede en voel een soort vibratie, een volmaaktheid. Ik voel de verbintenis met de bijen. Het is een verrukking die je misschien kunt vergelijken met de eerste keer dat je verliefd bent."
[kader] De tweede Gezondheid-fietsroute
Gezondheid heeft een fietsroute van circa 30 kilometer uitgezet langs de bijen van Wim van Grasstek in Renkum. De route start bij station Ede. Door de bossen rijdt u naar het Bijenhuis in Wageningen met een bijentuin, een expositie en een winkel met allerlei bijenproducten. U vervolgt de route naar de bijenstal van Wim van Grasstek op het landgoed Oranje Nassau's Oord, het voormalige buitenverblijf van Prins Willem III en Koningin Emma. In de landgoedtuin, omgeven door een driehonderd jaar oude muur, ligt biologisch-dynamisch tuinbouwbedrijf de Ommuurde Tuin, waar de honing van Van Grasstek wordt verkocht. Op 18 juni is hier een speciale Midzomer Droomdag en 25 juni is er een feestelijke Open Dag. Via het Renkumse beekdal (en desgewenst een pannenkoekenhuis) komt u langs de Ginkelse heide, die tijdens de bloei (in augustus en begin september) een waar bijenparadijs vormt.
Meer informatie over de route en de routebeschrijving kunt u downloaden van www.gezondheid.nu of opvragen bij het informatiecentrum van Gezondheid, 0341-438585 (werkdagen 9.00-11.30 uur, woensdag gesloten). U kunt de route iedere dag fietsen, maar als u de bijenexpositie, de winkel in het bijenhuis en de landgoedwinkel van de Ommuurde Tuin wilt bezoeken, let dan goed op de beperkte openingstijden die bij de route-informatie staan vermeld.
[kader] Honing in uw medicijnkast?!
Bijen leveren een complete apotheek, inclusief een natuurlijk antibioticum (propolis) en een natuurlijk cortison (bijengif). Stuifmeel werkt versterkend en ondersteunt het afweersysteem en koninginnegelei levert nieuwe energie. Honing staat vooral bekend als verzachtend middel bij keelpijn, maar er zijn veel meer toepassingen. Zo gebruiken brandwondencentra honing om op de aangetaste huid te smeren. Het verzacht de pijn, werkt ontsmettend en gaat littekens tegen.
"Honing is gezond, maar eet er niet teveel van", zegt orthomoleculair diëtist Ria Penders. "Ga niet bij het koken of bij het bakken van taarten alle suiker door honing vervangen. Het is niet goed om veel suiker te eten en dat geldt ook voor honing." En niet iedere willekeurige pot honing bezit volgens haar heilzame kwaliteiten. "Alleen koudgeslingerde honing van bijen die voor een deel hun eigen honing mogen eten bevat waardevolle enzymatische verbindingen en suikerverbindingen met een bijzondere structuur. Deze stoffen ondersteunen de processen in uw lichaam en dragen op die manier bij aan uw gezondheid. Maar deze kwaliteiten verdwijnen als je de honing boven lichaamstemperatuur verwarmt." Penders beveelt bij bacteriële aandoeningen tijmhoning en manukahoning aan vanwege de goede antibacteriële eigenschappen.
Bertil de Klyn, arts bij het Centrum voor Holistische Geneeskunst, vertelt dat honing bovendien een gunstige invloed heeft op de darmflora wanneer u het met mate eet. Terwijl suiker slecht is voor de darmen, stimuleert honing juist de werking ervan. De Klyn heeft goede ervaringen met de medicinale werking van enkele bijenproducten. Vooral propolis schrijft hij vaak voor: "Patiënten met luchtweginfecties, zoals bronchitis, reageren er heel goed op." Ook adviseert hij bij infecties, zoals keelontsteking of huidinfecties, geregeld Apis mellifica, een homeopathische verdunning die is bereid van de hele honingbij inclusief de angel. Het bijengif kan het menselijk afweersysteem moduleren. Er is zelfs een therapie ontwikkeld die gebruik maakt van bijensteken. Patiënten met MS en met reumatische aandoeningen kunnen hier baat bij hebben.
De 'bijenapotheek' beschikt ook over een zeer bekend slaapmiddel: een glas warme melk met een lepel honing. Melk bevat het stofje tryptofaan, dat omgezet kan worden in serotonine en vervolgens in melatonine. Daar wordt u lekker slaperig van. Bovendien zorgt honing ervoor dat de insulneproductie omhoog gaat, waardoor nog meer tryptofaan naar de hersenen gaat.
Tegen nachtelijke hoestbuien van kinderen met luchtweginfecties en ook met kinkhoest heeft de Klyn nog een goede tip: "Roer een lepel honing, een halve uitgeperste citroen en een eidooier door elkaar en drink het in één keer op. Meestal hoor je die nacht dan geen gehoest meer." |
terug naar boven
|
| |
|
Biovisie, december 2003
Op zoek naar innerlijke kwaliteit
Om voedingsmiddelen te telen zonder bestrijdingsmiddelen heb je een gezond gewas nodig, planten met een goede weerstand. Vergelijk het met mensen: als je je fit voelt en veel energie hebt word je minder snel ziek. Een plant die zich fit voelt? Om dit te omschrijven wordt vaak het begrip vitaliteit gebruikt. Het Nederlandse Louis Bolk Instituut doet hier onderzoek naar, al noemen ze het zelf liever niet zo. 'Innerlijke kwaliteit', daar draait het om.
Machteld Huber, arts en hoofd van de sectie Voeding van het Louis Bolk Instituut, laat een foto van een wortelplant zien en wijst naar enkele kleine verdorde blaadjes aan de buitenkant van het wortelloof: "Kijk hieraan kun je zien dat deze wortel de fase van rijping heeft bereikt. Wortelplanten die tot op het laatst toe groene spruiten blijven vormen maken een eenzijdige, versterkte groei door. Ze worden groot maar ze boeten in aan wat wij rijping noemen. Een meer evenwichtige plant laat op een gegeven moment deze bruine blaadjes zien en is op dat moment smaak aan het vormen."
Groei en differentiatie
De productkwaliteit is het resultaat van de teeltomstandigheden waarin een gewas zich heeft ontwikkeld. Om een beter begrip van die kwaliteit te krijgen onderscheidt het Louis Bolk Instituut twee belangrijke levensprocessen in planten: groei en differentiatie (of rijping). In de eerste fase van een plantenleven ligt de nadruk op groei: er ontstaat massa door celdeling en celstrekking. In de tweede fase krijgt de differentiatie de overhand: in de plant zie je meer gevarieerde vormen verschijnen en er ontstaat meer kleur, geur en vaak smaak. Er worden complexe stoffen gevormd, zoals de was op de schil van een appel en aromatische stoffen. Als de groeifase overheerst krijg je bijvoorbeeld een 'wasserbombe', een grote, waterige tomaat zonder smaak. Een overmaat aan differentiatie zie je bijvoorbeeld bij wilde appeltjes: die zijn klein, hard en niet sappig.
Huber: "De ideale situatie ontstaat als groei en differentiatie met elkaar in evenwicht zijn. Dan heeft een plant bovendien de beste weerstand. Sommige mensen spreken in die situatie van vitaliteit. Maar anderen verbinden het begrip vitaliteit met groei: 'kijk eens hoe mooi het groeit, wat een vitaal gewas.' Vitaliteit is dus een verwarrend begrip. Daarom zijn we op het Louis Bolk Instituut bezig dat begrip af te schaffen. In plaats van vitale kwaliteit hebben we het liever over innerlijke kwaliteit."
Grote kans voor biologisch
Met volle aandacht brengt Machteld Huber haar gedachten onder woorden: "Een uitgangspunt van de biologische landbouw is dat je ervoor zorgt dat planten en dieren van zich uit zo gezond mogelijk zijn, dat ze een goede weerstand hebben zodat bestrijdingsmiddelen niet nodig zijn. Ieder levend organisme is een samenhangend geheel en heeft een zelfregulerend vermogen. Zelfregulatie houdt in dat er een regelmechanisme is, dat ervoor zorgt dat het organisme gezond blijft, dus dat het weerstand heeft. Die weerstand is het grootst als groei en differentiatie (rijping) in evenwicht zijn.
In de gangbare landbouw zien we vaak dat er zwaar bemest wordt, zodat een eenzijdige groei ontstaat. Zo'n gewas is veel gevoeliger voor ziektes en komt vaak niet goed aan de tweede fase toe. Juist in die tweede fase van rijping worden de meeste gezondheidsbevorderende stoffen en aromastoffen gevormd, die veel invloed hebben op de smaak. D·t is nu de grote kans van de biologische landbouw. Hoe meer de telers deze processen in het oog houden, hoe beter de kwaliteit is van de producten die ze produceren: ze krijgen gezondere producten die lekkerder smaken.
We zijn erop uit dat telers die fases gaan herkennen. Daarom onderzoeken we hoe je aan planten kunt zien dat beide processen aanwezig zijn, welke kenmerken de fases vertonen. Als telers hiermee leren werken kunnen ze er ook meer in gaan sturen. Meer water en bemesting stimuleert de groei, meer licht en droge warmte stimuleert de differentiatie."
Kristallisatieproeven
Het Louis Bolk Instituut (LBI) houdt zich al ruim 25 jaar bezig met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van biologische landbouw, voeding en gezondheidszorg. Het is een zoektocht naar evenwicht, waarbij de antroposofie een bron van inspiratie biedt. Het denken vanuit levensprocessen en zelfregulerend vermogen speelt binnen de visie van het LBI een belangrijke rol. Huber: "Je kunt een stof niet los zien van het levensproces waaruit deze is ontstaan. Een synthetische vitamine in een pil is niet dezelfde als een vitamine die in een rijpingsproces is ontstaan."
Bij onderzoek naar samenhang en levensprocessen schieten de gebruikelijke onderzoeksmethoden vaak tekort. Het meten van de inhoudsstoffen van een appel zegt wel iets over de kwaliteit, maar het zegt weinig over zoiets als levenskracht of innerlijke kwaliteit. Daarom maakt het LBI in aanvulling op gangbare methodes gebruik van vernieuwende onderzoeksmethodieken. Een voorbeeld is de kristallisatiemethode. De onderzoekers mengen sap van een product met koperchloride en laten dit op een gestandaardiseerde manier uitkristalliseren. De vorm van de kristalstructuur zegt iets over de levensprocessen waaruit het product is ontstaan. Het kristalbeeld van biologische producten vertoont meestal een fijnere structuur dan dat van gangbare producten. Het meten van biofotonen is een andere vernieuwende onderzoeksmethode. Ieder levend product straalt een kleine, maar meetbare hoeveelheid licht (fotonen) uit. Bij het biofotonen-onderzoek wordt een portie licht op het product gestraald. Een gezond product houdt dat even vast alvorens het weer los te laten, een kwetsbaar product laat het direct weer los. De tijd dat het licht wordt vastgehouden zegt iets over de 'heelheid' van het product.
Nieuw concept van kwaliteit
De zoektocht naar de innerlijke kwaliteit van voedingsmiddelen is gestart met onderzoek bij appels en wortels. Melk zal in de komende tijd waarschijnlijk volgen. Door een aantal factoren te variëren kunnen de onderzoekers de invloed ervan bepalen. Zo werken ze met een oplopende hoeveelheid bemesting. Deze reeks geeft informatie over de kenmerken van het groeiproces. Daarnaast is er een reeks met afnemende hoeveelheden licht. Hierdoor krijgen de onderzoekers het differentiatieproces beter in beeld. Het product wordt in vijf fases geoogst: als het nog niet rijp is, als het rijp is en als het overrijp is. Vervolgens bepalen de onderzoekers en hun partners de inhoudsstoffen en de smaak en laten ze kristallisatiebeelden maken en biofotonen-onderzoek doen.
Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat je aan een door midden gesneden wortel de groeiomstandigheden kunt aflezen: een grote kern en een dunne bastring duiden op flinke groei. Een brede bastring duidt juist op veel differentiatie. Tijdens het rijpingsproces van de wortel ontstaan smaak, geur- en kleurstoffen, die de wortel zijn karakteristieke smaak geven en de plant beschermen tegen ziektes.
Machteld Huber: "Met behulp van dit onderzoek hopen we een nieuw concept van kwaliteit te onderbouwen en we werken aan methodes om die kwaliteit te meten. Vervolgens willen we onderzoek stimuleren naar de gezondheidseffecten. Dat is de proef op de som. We hebben een mooie theorie, maar nu moeten we nog kijken of die klopt. We denken bijvoorbeeld aan voederproeven bij dieren. Je geeft voer van betere en mindere kwaliteit en bekijkt wat het effect is op hun weerstand."
Om onderzoek op dit vlak te bevorderen heeft het LBI met enkele onderzoeksinstellingen uit diverse landen een vereniging opgericht: International Research Association for Organic Food Quality and Health (FQH).
Melk van oude koeien
Tot nu toe heeft het LBI meer onderzoek gedaan naar de kwaliteit van plantaardige producten, maar ook dierlijke producten zullen in de toekomst aan bod komen. Het gezicht van Machteld Huber gaat stralen als ze vertelt over de observaties van haar collega Ton Baars, senior-onderzoeker veehouderij: "Koeien worden anders als ze ouder zijn. Oudere koeien geven andere melk. Als je melk laat verouderen, dan zie je dat melk van jonge koeien meestal gaat rotten. Bij de melk van oude koeien zie je dat die gaat verzuren en er ontstaat boter. Misschien is melk van oudere koeien wel van betere kwaliteit. We hebben kristallisatiebeelden gemaakt en er is een duidelijk verschil: de kristallisatiestructuur van de melk van jonge koeien is veel chaotischer, die van de melk van oude koeien is meer gestructureerd. We zouden dit heel graag verder onderzoeken.
En zou er ook een kwaliteitsverschil zijn tussen melk van koeien die kuilvoer eten en koeien die hooi eten? Ik stelde die vraag een keer aan een veehouder. Hij vertelde dat hij de indruk had dat koeien een betere weerstand hadden wanneer ze hooi kregen dan wanneer ze kuilgras kregen. Kuilgras is over het algemeen jonger gras, terwijl gras dat wordt gehooid rijper is. Wellicht is dat rijpe gras beter voor de weerstand van een koe."
Lego-denken
Basisgedachte van het Louis Bolk Instituut is dat een organisme een samenhangend geheel is, een complex systeem. Hoe kijken zij nu aan tegen genetische manipulatie? Huber: "Dat is lego-denken. Alsof de natuur is opgebouwd uit stoffen, uit losse onderdelen. Maar dat klopt niet: elk onderdeel heeft invloed op het geheel. Als je aan een onderdeel gaat sleutelen beïnvloed je het hele organisme. De samenhang wordt verstoord. En dat geldt niet alleen voor de plant zelf. Een indrukwekkend verhaal over de verstoring in de keten vind ik het volgende: bladluizen zogen sap uit een gemanipuleerd gewas en vervolgens aten lieveheersbeestjes die luizen op. Nu bleken die lieveheersbeestjes voortplantingsproblemen te krijgen. Dus genetische manipulatie beïnvloedt niet alleen de samenhang binnen een plant, maar het heeft invloed op de hele keten. Dat kunnen wij nog helemaal niet overzien."
Onnodige zorgen
Marc van Montagu, emeritus professor moleculaire genetica aan de Universiteit van Gent en oprichter van het Instituut van Plantenbiotechnologie voor ontwikkelingslanden, vindt het op z'n zachtst gezegd onnodig om je hier zorgen over te maken. "Er zijn tot nu toe geen nadelen gezien bij de introductie van genetisch gemanipuleerde gewassen. Natuurlijk is het goed om de ecologie te bestuderen, maar ik ben daar zeer optimistisch in. In de natuur is er ook enorm veel uitwisseling van genen. Dat is een natuurlijk proces."
Dat het veranderen van genen de planten minder vitaal zou maken heeft hij ook nooit bemerkt: "Bij kruising van planten op een natuurlijke manier is er ook een grote verandering van de samenstelling van de genen. Wij kunnen veel gerichter en meer gecontroleerd veranderingen aanbrengen. En daarbij zoeken we de meest vitale planten uit om in de praktijk te introduceren. Alleen al het feit dat er wereldwijd zestig miljoen hectare ggo-planten worden verbouwd toont aan dat ze het goed doen."
Volgens Marc van Montagu is gentechnologie dé methode, waarmee je de voedingswaarde van gewassen kunt verhogen en waarmee je hogere opbrengsten kunt realiseren. "En zulke gewassen hebben we nodig. Er zijn 800 miljoen mensen die werkelijk honger hebben."
Overigens heeft hij best interesse in onderzoek dat wordt uitgevoerd vanuit een visie, waarbij de plant als een samenhangend geheel wordt gezien. Onderzoeksmethoden, zoals de kristallisatiemethode en het bio-fotonenonderzoek zijn hem echter niet bekend. "Ook wij kijken naar planten in zijn geheel, hoe alle mechanismen in de plant samenhangen. Dat doen we via fundamenteel onderzoek, zodat we de moleculaire basis leren kennen. Het zou nuttig kunnen zijn om te proberen een link te leggen."
Meer weten?
Over het herkennen van levensprocessen in appels, wortels en tarwe is de brochure 'Groei en differentiatie - levensprocessen in voedingsgewassen' uitgebracht, geschreven door Machteld Huber en Joke Bloksma. Deze is voor € 5 excl. porto te bestellen bij het Louis Bolk Instituut, tel. 0031.343.523.860.
Een interview met Machteld Huber en fruitteeltonderzoekster Joke Bloksma 'Wij zijn op zoek naar de vitale kwaliteit van een product'is te lezen op de website van het Louis Bolk Instituut, www.louisbolk.nl/projecten/kwaliteit/vitaal.htm
Meer over de International Research Association for Organic Food Quality and Health (FQH) is te lezen op www.organicfqhresearch.org
|
terug naar boven
|
| |
|
|
Oogst, 12 september 2003
Boerderij brengt crimineel op rechte pad
Mohamed zou minimaal een jaar de cel in moeten. Maar in plaats daarvan
werkt de 19-jarige overvaller een half jaar op de boerderij van Hans en
Marlies. "Deze jongens zijn behoorlijk over de schreef gegaan, maar echt
crimineel zijn ze niet. Er zit een goed hart in. Ik wil ze nog een kans
geven."
Mohamed hield meer van het nachtleven dan van school. Hij werd van vier
scholen getrapt. Aan vroeg opstaan had hij een hekel. Nu voert hij iedere
ochtend om acht uur de mestkalveren. Na de overval kon hij aan het DOEL-project
van Stichting Reclassering Nederland meedoen: Door Ondernemen Ervarend
Leren. Hierin kunnen jongeren van 16 tot 25 jaar, bij wie een celstraf
van 12 tot 27 maanden onvoorwaardelijk boven het hoofd hangt, een half
jaar op een boerderij wonen en werken als alternatief voor hun straf.
Als ze weglopen of als ze de regels overtreden, al is het in de laatste
week, moeten ze alsnog hun volledige straf uitzitten.
Spreekbeurten
Ruim twintig boeren doen aan DOEL mee. Welke boer haalt er nou een crimineel
op zijn erf? Hans: "In het begin, vijf jaar geleden, zeiden veel mensen:
zou je dat wel doen. Nu hebben we negen jongeren gehad en iedereen reageert
positief. De chauffeur van het kalvervoer en de dierenarts willen altijd
weten hoe het met onze jongens gaat. Zelf leren we er ook veel van: over
moslims, Somalië, Turkije. Onze kinderen hebben er mooie spreekbeurten
over gehouden op school."
De reclassering zorgt voor een woonunit op het erf. De onkosten worden
vergoed, dus Hans en Marlies krijgen een gratis knecht voor een half jaar.
Maar dat is voor hen niet de reden om mee te doen. "We willen die jongeren
weer op het goede pad brengen." Sommigen komen na hun straf nog eens terug
voor een bak koffie. Marlies: "We hadden een jongen die steeds als een
zoutzak aan tafel zat. We vroegen ons af of we met hem iets hadden bereikt.
Maar na een jaar kwam hij langs. Hij straalde echt iets uit, je zag dat
het goed met hem ging. Dat geeft een enorm goed gevoel."
Beter af op de boerderij
De deelnemers aan het DOEL-project vallen minder vaak terug in de criminaliteit
dan vergelijkbare jongeren die hun straf in de gevangenis hebben uitgezeten,
blijkt uit een evaluatierapport. Ook Mohamed denkt dat hij op de boerderij
beter af is: "In de gevangenis krijg je het gevoel 'niemand geeft iets
om mij'. Je krijgt lak aan alles. Hier doe ik iets positiefs. Hard werken
geeft afleiding en de boer en boerin zijn aardig."
Miny van Olffen begeleidt Mohamed en bezoekt hem twee keer per week.
"Als hij hier klaar is kan hij de boer als referentie opgeven bij een
toekomstige werkgever. Dan kom je toch makkelijker aan de slag dan als
je net uit de bak komt."
Ondanks de goede resultaten heeft het Ministerie van Justitie de subsidie
na vijf jaar stopgezet. De reclassering financiert het project momenteel
zelf, al is het aantal plaatsen verlaagd van 24 tot 6 per jaar. Jan van
Osch, projectleider en mede-initiatiefnemer, hoopt dat Justitie alsnog
geld vrijmaakt voor DOEL. "Ze vinden het voor een reclasseringsproject
te duur. Maar het enige alternatief voor deze jongens is een celstraf.
In vergelijking daarmee is een plek bij DOEL gemiddeld 30.000 euro goedkoper."
De naam Mohamed is gefingeerd. De achternaam van Hans en Marlies en
hun woonplaats mogen niet genoemd worden, want de familie van Mohamed
mag zijn verblijfplaats niet achterhalen.
|
terug
naar boven
|
| |
|
|
Perspectief (Opinieblad voor de jeugdbescherming),
september 2003
Gedragsstoornissen kunnen verdwijnen door voeding aan te passen
'Ik zou het liefst de hele club op dieet zetten'
Een studie onder kinderen met ADHD concludeert: na dieetmaatregelen
vertonen 25 van de 40 kinderen geen gedragsproblemen meer. Uit onderzoek
in een Engelse jeugdgevangenis blijkt: na toediening van extra vitamines,
mineralen en vetzuren daalde agressief gedrag onder gedetineerden met
een kwart. Kan anders eten werkelijk gedragsproblemen voorkomen?
Dat voeding en gedrag iets met elkaar te maken kunnen hebben roept bij
veel mensen aanvankelijk ongeloof op. "Dat is toch bijna te gek om los
te lopen, dat er allerlei gedragsstoornissen voortkomen uit gewoon eten,"
reageert Ab Zaalberg, werkzaam bij de directie gevangeniswezen van het
Ministerie van Justitie. "Maar de onderzoeksresultaten zijn voldoende
prikkelend om er meer over te willen weten."
Twee studies over dit onderwerp komen met opmerkelijke conclusies. De
klachten bij een deel van de kinderen met ADHD kunnen met een aangepast
dieet verminderen en zelfs verdwijnen. Dit blijkt uit een verkennende
studie van drs. Lidy Pelsser, oprichtster van het Onderzoekscentrum voor
Hyperactiviteit en ADHD, en prof. dr. Jan Buitelaar van het Universitair
Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen, vorig jaar gepubliceerd in het
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Pelsser voerde de studie uit.
Zij heeft veertig kinderen in de leeftijd van drie tot zeven jaar gedurende
twee weken een streng dieet gegeven. Alle voeding die mogelijk invloed
had op gedrag werd weggelaten: een eliminatiedieet.
Pindakaas of aardbeien
Van de 31 kinderen die het volhielden had tachtig procent na twee weken
geen gedragsprobleem meer. Na het strenge dieet volgde een periode, waarin
werd uitgeprobeerd welke levensmiddelen een reactie opleverden. Pelsser:
"Bij ieder kind is dat verschillend. Meestal zijn het vier of vijf hele
normale dingen, zoals rundvlees, melk, tomaat, pindakaas of aardbeien.
Vaak denken mensen dat het door kleurstoffen of suiker komt, maar dat
komt in de praktijk juist heel weinig voor."
Een ander opvallend onderzoek over voeding en gewelddadig gedrag werd
vorig jaar in Engeland gepubliceerd. De onderzoekers, onder leiding van
Bernard Gesch, hebben het effect onderzocht van het toedienen van extra
vitamines, mineralen en vetzuren - allemaal stoffen die in gevarieerde
voeding gewoon voorkomen - bij 231 jongvolwassen gevangenen. Vergeleken
met de groep die een placebo (een nep-pil) kreeg toegediend, daalde het
agressief gedrag met 26 procent. In vergelijking met de situatie vóór
het onderzoek daalde het met 35%. Het ADHD-onderzoek was een verkennende
studie, waarbij een eventueel placebo-effect niet is uitgesloten. Het
onderzoek van Gesch is echter volgens de beste wetenschappelijke methodes
uitgevoerd.
Erfelijke aandoening
Volgens voedingsdeskundige Henk van den Berg van het Voedingcentrum moet
je voorzichtig zijn met deze resultaten. "Het is veel te simpel om te
zeggen: geef iedereen een vitaminepil en het probleem is opgelost. Lastig
bij gedragsonderzoek is dat er veel factoren een rol spelen. Een zorg
van het Voedingscentrum bij de publicatie over ADHD is dat ouders zelf
gaan experimenten met het weglaten van allerlei voedingsmiddelen. Dat
zou kunnen leiden tot een ongebalanceerde voeding."
Maar hoe zijn de uitkomsten van deze onderzoeken te verklaren? Van den
Berg: "Om dat beter te kunnen begrijpen zou het goed zijn het onderzoek
te herhalen en uit te breiden. Naast het toedienen van voedingssupplementen
zou men moeten nagaan of er bij de deelnemers aan het onderzoek sprake
is van een vitaminetekort, bijvoorbeeld door bloedtesten af te nemen.
Het is bekend dat ernstige vitaminetekorten allerlei ziektebeelden en
gedragsstoornissen kunnen veroorzaken. Maar die gevangenen kregen goede
maaltijden, dus liggen vitaminetekorten niet voor de hand. Wellicht is
bij sommigen sprake van een genetische afwijking, waardoor ze een verhoogde
behoefte aan vitamines hebben. Maar dergelijke aandoeningen zijn vrij
zeldzaam."
Van den Berg denkt wel dat genetische gevoeligheid een rol kan spelen.
Hij noemt een kinderarts in het Hoornse Westfries Gasthuis die heeft gekeken
naar het effect van toediening van carnitine bij kinderen met ADHD. Dit
is een vitamine-achtige stof die je lichaam normaal zelf aanmaakt, maar
bij sommige kinderen gebeurt dit mogelijk onvoldoende. Het geven van carnitine
aan deze kinderen had in dit onderzoek, dat op een goede wetenschappelijke
manier is uitgevoerd, een positief effect op het gedrag.
Chronische darmontsteking
Prof. dr. ir. Huub Savelkoul, hoogleraar celbiologie en immunologie aan
de Universiteit in Wageningen, doet onderzoek naar de relaties tussen
voeding, afweersysteem en diverse ziektebeelden. Erfelijke afwijkingen
in de darmflora spelen volgens hem bij allerlei stoornissen een belangrijke
rol en vormen ook een deel van de verklaring van de uitkomsten van genoemde
onderzoeken. "Veel ADHD-kinderen hebben een chronische darmontsteking.
Door bepaalde voedingsmiddelen raken de kinderen overprikkeld. Ze hebben
een voedselallergie of voedselintolerantie (het niet kunnen verdragen
van een bepaald soort voedsel). Soms kan een glutenvrij dieet een enorme
gedragsverandering opleveren. Dat zie je ook bij autistische kinderen.
Er is een geval beschreven van een autist die nooit oogcontact maakte,
maar na het volgen van een glutenvrij dieet ineens wel."
Als door een erfelijke afwijking de darmen het niet goed doen ontstaan
problemen met de stofwisseling die kunnen leiden tot tekorten aan vitamines,
mineralen en vetzuren in het lichaam. Al die stoffen zijn van invloed
op de hersenontwikkeling en op de overdracht van signalen in het zenuwstelsel.
Door een gebrek aan die stoffen raken zenuwcellen overprikkeld en krijg
je hyperactief gedrag.
Jeugdinrichting op dieet
Lidy Pelsser van het ADHD-onderzoekscentrum stelt: "Van de kinderen die
in jeugdgevangenissen zitten heeft 77% minstens één psychiatrische
stoornis, waaronder ADHD of een andere anti-sociale of oppositionele gedragsstoornis
(CD of ODD). Dit blijkt uit onderzoek van Doreleijers. Al deze gedragsstoornissen
kunnen, bij een deel van de kinderen, verdwijnen door de voeding aan te
passen. Als je dat tot je laat doordringen, dan word je daar toch helemaal
koud van?"
Pelsser staat te popelen om haar onderzoek uit te breiden en in de praktijk
toe te passen, maar financiën en belangstelling daarvoor ontbreken.
"Ik heb contact gehad met een jeugdinrichting. Ik zou het liefst de hele
club op dieet willen zetten, maar ze hadden geen belangstelling. De mensen
vinden het maar raar." Uit navraag bij jeugdinrichting Harreveld, waar
twee speciale afdelingen zijn voor kinderen met ADHD, blijkt dat er inderdaad
geen aandacht is voor voeding als onderdeel van de behandeling.
Voeding als preventiemiddel
Verdient voeding een belangrijker plek in het beleid van jeugdinrichtingen
of in het algemene beleid van jeugdzorg en criminaliteitspreventie? Ab
Zaalberg van het Ministerie van Justitie: "Er is nog veel te weinig over
bekend. Eigenlijk ligt er één goed onderzoek, het onderzoek
van Gesch. Bij de andere onderzoeken is de methode onvoldoende. Op één
onderzoek ga je niet je hele beleid veranderen." Wel wil Zaalberg proberen
dit onderzoek naar Nederland te halen. Hij heeft daarover contact met
Gesch en met potentiële wetenschappelijke partners in Nederland,
zoals de Universiteiten van Wageningen en Maastricht.
Bij Directie JJI (Justitiële Jeugdinrichtingen) is belangstelling
voor dit onderzoek. Albert van Parijs, beleidsmedewerker bij JJI: "Er
zijn veel incidenten met geweld onderling en tegen personeel. Als je dat
kunt terugdringen met voedingssupplementen, dan heb je veel bereikt."
Van Parijs gaat op zoek naar twee jeugdinrichtingen die aan het onderzoek
mee willen doen. De opvanginrichtingen zijn minder geschikt, omdat het
effect van de pillen over een periode van acht maanden moet worden gemeten
en de meeste jongeren daar niet zo lang verblijven. Behandelinrichtingen
komen eerder in aanmerking.
Concentratie en de intelligentie
Gesch zou nog verder willen gaan. Zaalberg: "Hij wil ook onderzoek doen
buiten de gevangenis, bijvoorbeeld op scholen. Voedingssupplementen zouden
de kunnen beïnvloeden en kunnen een rol spelen bij preventie van
criminaliteit. Misschien kan het Ministerie van VWS iets met dit onderzoek
doen." Als er meer onderzoeksresultaten bekend zijn volgen er mogelijk
toepassingen in de praktijk.
Volgens Zaalberg gebruikt men de bevindingen van Gesch al in Engelse
gevangenissen om agressie terug te dringen. Lidy Pelsser verwijst ook
naar Engeland als het gaat om concrete toepassingen: "Daar wordt bij kinderen
met gedragsproblemen al geadviseerd om een dieet uit te proberen." Is
dat ook iets voor Nederland? Zaalberg: "Misschien in de toekomst. Als
een kind nu met gedragsproblemen komt denken we aan allerlei oorzaken:
is het geslagen, misbruikt, verwaarloosd of is er drugs in het spel? Kennelijk
zou voeding ook een factor kunnen zijn. Maar dat zal in de toekomst moeten
blijken. Het is nog een nieuw thema, het moet nog rijpen."
Kader:
Na twee weken heb je een ander kind
Katja Siang, moeder van Angelo (7 jaar), heeft vaak gedacht: 'Wat moet
het met hem worden, als-ie door blijft slaan gaat het misschien een keer
helemaal mis.' Als er maar iets gebeurde wat hem niet zinde stompte Angelo
erop los. Ook had hij altijd diarree en hij had allerlei tics. De huisarts,
de kinderarts en diëtisten kwamen er niet uit. Zelf experimenteren
met het weglaten van suiker en andere voedingsproducten leverde niets
op.
Uiteindelijk kwam mevrouw Siang uit bij het Onderzoekscentrum voor Hyperactiviteit
en ADHD. "Toen we het eliminatiedieet van mevrouw Pelsser probeerden merkten
we binnen twee weken een enorme verandering. Hij werd rustiger, de tics
verdwenen en ook de diarree was over. Opeens heb je een heel ander kind.
Maar het was heel moeilijk vol te houden, bijvoorbeeld bij feestjes. Angelo
ging ook smokkelen. Toen zijn we ermee gestopt. Maar na een half jaar
vond iedereen hem zo vervelend. De juf vroeg of we alsjeblieft weer met
die test konden beginnen.
Toen hij weer een kind hard had geslagen hebben we doorgezet. Het heeft
een jaar geduurd voordat we wisten op welke voeding hij reageert. Je gaat
elk product apart uittesten. Dat vraagt veel geduld, daar heb je een stabiele
omgeving nodig. Uiteindelijk blijkt dat hij niet tegen aardappel, tomaat,
paprika en andere producten van de Nachtschade plantenfamilie kan. Als
hij op een feestje chips heeft gegeten zie ik dat direct aan de stand
van z'n ogen en aan z'n hele houding. Maar nu we weten waar het aan ligt,
weten we ook dat het na een dag weer goed is. Dus als hij niet de volgende
dag naar school hoeft, mag hij ook af en toe op een feestdag friet eten.
Eindelijk hebben we nu rust in ons gezin. En ik ben ook niet meer bang
dat Angelo het verkeerde pad op gaat."
Kader:
Minister onderzoekt bruikbaarheid in gevangenissen
Gert Schuitemaker is al 15 jaar bezig het onderwerp voeding en geweld
op de agenda te krijgen. Tijdens zijn opleiding tot apotheker groeide
bij hem de belangstelling om bij ziekte niet alleen naar geneesmiddelen
te kijken, maar in de eerste plaats naar voeding. Hij is nu uitgever van
twee tijdschriften over voeding en gezondheid en mede-eigenaar van een
handelsfirma in voedingssupplementen.
In zijn boek 'Honger naar geweld', dat eind 2002 verscheen, vertelt hij
over allerlei onderzoek dat op het vlak van voeding en geweld is uitgevoerd.
Het werk van de wetenschappers Stephen Schoenthaler en Bernard Gesch speelt
hierin een belangrijke rol. Naar aanleiding van dit boek stelden de CDA-kamerleden
Atsma en Rietkerk eind maart kamervragen. In zijn antwoord beloofde Minister
van Justitie Donner 'de onderzoeken van Gesch en Schoenthaler te bezien
op hun bruikbaarheid en toepasbaarheid in het Nederlandse gevangeniswezen.'
Daarbij benadrukte Donner: 'Overigens is het zo dat aan gedetineerden
verstrekte maaltijden voldoen aan de door voedingsdeskundigen gestelde
eisen in termen van voedingswaarden.'
Schuitemaker heeft hier zo zijn twijfels over: "Volgens een recent onderzoek
van de Gezondheidsraad eet slechts 1,8% van de Nederlanders volgens de
voedingsrichtlijnen zoals die door het Voedingscentrum worden uitgedragen.
In de gevangenis is dat echt niet anders." Schuitemaker zou het liefst
zo snel mogelijk met vervolgonderzoek in Nederland starten. Hierover is
hij in overleg met de gevangenis van Krimpen aan den IJssel. Ton de Beer
is daar reclasseringsmedewerker en hij probeert de geesten rijp te maken
om in zijn inrichting een onderzoek te starten.
De aanvankelijke scepsis voor dit onderwerp sloeg volgens de Beer om
in belangstelling na een uitzending van Twee Vandaag in april dit jaar.
De Beer: "Iedereen wil er nu meer over weten. We gaan in november een
voorlichtingsmiddag organiseren voor het management, de psychiaters en
de afdelingshoofden van Penitentiaire Inrichting Rijnmond. Gert Schuitemaker
en een Spaanse deskundige in de neurobiologie zullen een lezing geven.
Niet alleen binnen de inrichting is hiervoor belangstelling. Ik sprak
mensen van een school voor moeilijk opvoedbare kinderen en die zeiden:
'is dat ook niet iets voor ons?'"
|
terug
naar boven
|
| |
|
|
Perspectief (Opinieblad voor de jeugdbescherming),
juli 2003
Op zoek naar de mogelijkheden van jeugdzorg op boerderijen
Het verzorgen van dieren geeft verantwoordelijkheidsgevoel
Met skelters rijden, lammetjes de fles geven, je woede afreageren
door een stal uit te mesten, een band opbouwen met een paard, vroeg opstaan:
op boerderijen is een hoop te beleven én te leren. Drie voorbeelden
laten zien, dat uit huis geplaatste en criminele jongeren baat kunnen
hebben bij een verblijf op de boerderij. De betrokkenen zijn enthousiast.
Of uitbreiding van jeugdzorg op boerderijen mogelijk is wordt onderzocht.
Ervarend leren
Mohamed omschrijft zichzelf als een probleemkind. "Vanaf mijn 13de ben
ik niet normaal naar school geweest, ik ben van vier scholen getrapt.
Nu ben ik net 19." Vroeg opstaan vindt hij erg moeilijk. Toch voert hij
nu iedere ochtend om acht uur, zeven dagen per week, de mestkalveren.
Na een overval zou hij minstens een jaar in de cel moeten zitten, maar
hij kreeg de kans om aan het DOEL-project mee te doen: Door Ondernemen
Ervarend Leren.
In dit project van Stichting Reclassering Nederland (SRN) kunnen jongeren
van 16 tot 25 jaar, bij wie een celstraf van 12 tot 27 maanden onvoorwaardelijk
boven het hoofd hangt, een half jaar op een boerderij wonen en werken
als alternatief voor hun straf. Aan het begin en het eind van het traject
gaan ze op survival. Als ze de regels overtreden, al is het in de laatste
week, moeten ze alsnog hun volledige straf uitzitten.
Het begin is vaak moeilijk: stank, beesten waar je niks mee kan, spierpijn,
blaren en geen contact met familie, vrienden en lotgenoten. Maar na afloop
vinden bijna alle deelnemers het DOEL-project zinvol en/of leerzaam, blijkt
uit een evaluatierapport van onderzoeksbureau Intraval. Ook concludeert
dit bureau dat ruim de helft van de deelnemers drie jaar na DOEL geen
enkel delict heeft gepleegd.
Mohamed: "In de gevangenis krijg je het gevoel 'niemand geeft iets
om mij'. Je krijgt lak aan alles. Hier doe ik iets positiefs. Hard werken
geeft afleiding en de boer en boerin zijn aardig." Miny van Olffen begeleidt
Mohamed en bezoekt hem twee keer per week. "Als hij hier klaar is
kan hij bij een toekomstige werkgever de boer als referentie opgeven.
Dan kom je toch makkelijker aan de slag dan als je net uit de bak komt."
Voortbestaan onzeker
Ondanks de goede resultaten en de positieve reacties van deelnemers,
DOEL-medewerkers, rechters en boeren is het voortbestaan van het project
onzeker. Het Ministerie van Justitie heeft het project vijf jaar gesubsidieerd
met de bedoeling dat het vervolgens in de reguliere reclasseringsactiviteiten
zou worden opgenomen. SRN heeft hiervoor onvoldoende middelen en financiert
het project momenteel in afgeslankte vorm (6 in plaats van 24 plaatsen
op jaarbasis).
Jan van Osch, projectleider en mede-initiatiefnemer, hoopt dat Justitie
ondanks de bezuinigingsplannen op de reclassering alsnog geld vrijmaakt
voor DOEL. "Ze vinden het voor een reclasseringsproject te duur.
Maar het enige alternatief voor deze jongens is een celstraf. In vergelijking
daarmee is een plek bij DOEL gemiddeld 30.000 euro goedkoper, maar dat
geld komt uit een ander potje. Dit project is bovendien effectiever. Je
geeft de jongens een laatste kans voordat ze werkelijk van criminaliteit
hun leefwijze maken."
Zonnehoeve
Op het erf van gemengd boerenbedrijf De Zonnehoeve in Zeewolde zijn drie
gezinshuizen gebouwd die elk ruimte bieden aan een gewoon gezin en daarnaast
vier kinderen die tijdelijk niet bij hun ouders kunnen wonen. Zo verblijven
er elf of twaalf kinderen van 10 tot 18 jaar, die deels onder toezicht
zijn gesteld en deels vrijwillig uit huis zijn geplaatst. Ze worden naar
de Zonnehoeve verwezen door het Indicatiebureau Jeugd in Lelystad.
Marja Molenaar is boerin en initiatiefnemer van het project. "Allereerst
proberen we de kinderen in hun ritme terug te krijgen binnen een min of
meer normaal gezinsverband. Ze genieten van de ruimte: in slootjes klieren,
met stro spelen, hutten bouwen, met skelters rijden. En omgang met dieren
is heel leerzaam. Met een paard moet je echt iets tot stand brengen. Een
paard spiegelt: als je erop zit en je bent chagrijnig, dan wordt het niks."
Iedere week doen de kinderen mee aan de meewerkmiddag. Ze leren om samen
iets aan te pakken en het ook af te maken. Ze ontdekken dat ze iets kunnen.
Eikenhof
Woon- en werkboerderij de Eikenhof is onderdeel van behandelcentrum Hoeve
Boschoord in Drenthe, waar 134 licht verstandelijk gehandicapten vanaf
16 jaar kunnen verblijven. Er zijn zes PIJ-plaatsen, voor minderjarigen
die door de rechter tot plaatsing in een jeugdinrichting zijn veroordeeld,
en 72 plaatsen voor volwassenen met een tbs. Afhankelijk van wat ze kunnen,
willen en nodig hebben worden ze op de boerderij of op een andere afdeling
geplaatst.
Van het verzorgen van dieren kun je volgens Sebraine Meijerink, projectleider
van het boerderijgedeelte, veel leren. "De beesten zijn van jou afhankelijk
en dat bevordert je verantwoordelijkheidsgevoel. Als je de lammetjes hongerig
hoort mekkeren kom je vanzelf in actie." Met fysiek werk, zoals het uitmesten
van de stal, kunnen de 'hulpboeren' hun boosheid en gespannenheid ontladen.
"We hebben een jongen die snel boos wordt. Als hij dat voelt aankomen
gaat hij zijn paard borstelen. Daar heeft hij een hechte band mee: 'We
vertrouwen elkaar', vertelt hij over zijn paard."
Vrij veel cliënten krijgen na hun verblijf op de Eikenhof betaald
of onbetaald werk in de landbouw. Per persoon wordt gekeken wat ze nodig
hebben om goed uit te stromen. Dat kan bijvoorbeeld een cursus schapenverzorger
zijn of een trekkerrijbewijs. Sommigen krijgen een vaste plek op een andere
zorgboerderij.
Expertmeeting
Veel ervaring is er nog niet op het gebied van jeugdzorg op boerderijen,
maar het DOEL-project, de Zonnehoeve en de Eikenhof laten zien dat er
van alles mogelijk is. Om hier meer inzicht in te krijgen organiseert
het Landelijk Steunpunt Landbouw en Zorg samen met Stichting Vrienden
van Landbouw en Zorg dit najaar een expertmeeting over dit onderwerp met
onder andere wetenschappers, beleidsmakers, zorgboeren en medewerkers
van Bureau Jeugdzorg.
De bijeenkomst bouwt voort op een studie, die vorig jaar door het Nederlands
Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) is uitgevoerd. Hierin is geïnventariseerd
welke jongeren iets kunnen hebben aan boerderijprojecten. Naast licht
verstandelijk gehandicapte jeugd ziet Ward Habets, die het onderzoek uitvoerde,
de beste kansen voor jeugdigen in de residentiële opvang. Habets:
"Internaten organiseren zelf dagbesteding of naschoolse opvang. Op
mijn vraag of ze belangstelling hadden voor activiteiten op boerderijen
kreeg ik enthousiaste reacties. Maar de meeste hebben nog nooit van zorgboerderijen
gehoord." Het maken van afspraken tussen boerderijen en HALT-bureaus over
alternatieve straffen voor jongeren van 12 tot 18 jaar ziet Habets ook
als een reële optie.
De Provincie Overijssel start in september met een haalbaarheidsstudie
in samenwerking met Bureau Jeugdzorg. Ze willen weten voor welk type kind
en voor welk type hulpvraag een boerderij geschikt is en hoe je kind en
boerderij bij elkaar kunt brengen. Ze kiezen voor een praktische aanpak:
tijdens het project moeten al kinderen op boerderijen worden geplaatst.
De naam Mohamed is gefingeerd.
[Kader]
20 september open dag
Aantal zorgboerderijen vervijfvoudigd
Het fenomeen zorgboerderij zit in de lift. Afgelopen vijf jaar groeide
het aantal van 75 naar 375. De inkomsten vanuit de landbouw staan onder
druk en boeren zijn op zoek naar alternatieven. Vanuit de zorg blijkt
er een groeiende behoefte te zijn aan kleinschalige opvang in een zo gewoon
mogelijke omgeving, iets wat een boerderij kan bieden. De meeste zorgboerderijen
richten zich op één of enkele specifieke groepen. Verstandelijk
gehandicapten vormen de grootste groep. Daarnaast is er opvang voor (ex-)verslaafden,
(ex-)gedetineerden, (dementerende) ouderen, mensen met een lichamelijke
beperking en mensen met een psychische of sociale hulpvraag. Het aantal
boerderijen dat zich op jeugdzorg richt, 42, is de laatste jaren niet
toegenomen. Ook is niet bekend hoeveel bedrijven er werkelijk jongeren
ontvangen en welke problematiek deze jongeren hebben. Wie geïnteresseerd
is in een plek op een zorgboerderij kan kijken op www.zorgboeren.nl. Hier
staat een uitgebreide beschrijving van een derde van de zorgboerderijen.
Voor overige adressen en andere informatie kan men terecht bij het Landelijk
Steunpunt voor Landbouw en Zorg, 0342-450364. Op 20 september is er een
landelijke open dag bij de zorgboerderijen met allerlei activiteiten en
rondleidingen, waar ongeveer zeventig bedrijven aan meedoen. De adressen
staan op www.landbouwzorg.nl.
|
terug
naar boven
|